Fiscaal Nieuws

Shortcode found: autoenfiscusxml

Lees hier het laatste fiscale nieuws

Zomervakantie? Geen dubbele bijtelling bij tijdelijk vervangende leaseauto


De Brancheregeling Tijdelijk Vervangend Leasevoertuig kan nuttig zijn om dubbele bijtelling te voorkomen als tijdelijk een andere leaseauto wordt ingezet. Met de zomer in aantocht is dat wellicht een fijne gedachte.

Deze brancheregeling is ontstaan op initiatief van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen en voorziet in praktische werkafspraken met de belastingdienst voor situaties waarin tijdelijk een vervangend leasevoertuig wordt ingezet. Voorwaarde om de bijtelling op de reguliere auto tijdelijk stop te zetten bij inzet van een vervangende auto, is dat werkgever en werknemer het niet-ter-beschikkingstaan per tijdelijke vervanging schriftelijk vastleggen. De werknemer moet daarbij ook de auto, de papieren en de sleutel bij de werkgever of de leasemaatschappij inleveren. De schriftelijke vastlegging moet alle gegevens bevatten waarmee de bijtelling van het vervangende voertuig kan worden berekend, de exacte periode van vervanging en ook het kenteken van de vervangen auto. De werkgever moet deze vastlegging bij de loonadministratie bewaren.

Als wordt voldaan aan de administratieve vereisten, kan deze regeling een goede oplossing bieden om tijdelijk, bijvoorbeeld in de vakantieperiode, een andere auto in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van aan diesel- of benzineauto voor langere (vakantie)ritten als de hoofdauto een volledig elektrische auto is.  De volledige tekst van de brancheregeling is te vinden op de website van de belastingdienst.

Geplaatst op: 23-06-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/zomervakantie-geen-dubbele-bijtelling-bij-tijdelijk-vervangende-leaseauto.html

Handelaar kan niet zelf de fiscale waarde vaststellen


Alleen door de fabrikant erkende importeur is bevoegd tot het vaststellen van de prijslijst voor de BPM en bijtelling. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Die uitspraak sluit aan bij eerdere jurisprudentie hierover en wordt nu voor de nieuwere regelgeving over versnelde afgifte van kentekenbewijzen bevestigd.

Het ging in deze aak om een onderneming die zich bezighoudt met de import en export van nieuwe en gebruikte personenauto’s en bestelauto’s. Deze onderneming is geen officiële importeur van een automerk.

De rechtszaak ging over de voorwaarden die de belastingdienst stelt aan het hebben van een BPM-vergunning voor betaling van BPM per tijdvak in plaats van afdracht per auto. Eén van die eisen is dat deze ondernemer zich moest conformeren aan de in Nederland door de fabrikant of importeur aan wederverkopers kenbaar gemaakte prijs.

Het Gerechtshof oordeelde hierover dat de doelstelling van de BPM-wetgeving onder meer is het per type voertuig vaststellen van een gelijke maatstaf van heffing voor de BPM en dat daarom voor de status van importeur doorslaggevend is dat deze houder is van een of meer typegoedkeuringen. Dat sluit ook aan bij de EU-richtlijn over de typegoedkeuring. Daarin wordt met de fabrikant gelijkgesteld een in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die door de fabrikant is aangewezen om hem bij de goedkeuringsinstantie te vertegenwoordigen en namens hem op te treden bij aangelegenheden die onder die richtlijn vallen. 

Hoewel deze zaak inmiddels een deel van het belang verloren heeft nu de BPM op personenauto’s op basis van de CO2-uitstoot in plaats van de prijs wordt berekend, is het nog steeds wel van belang voor de BPM op bestelauto’s en bovendien ook voor de fiscale waarde van de bijtelling. Deze kan dus alleen door een door de fabrikant aangewezen importeur worden vastgesteld.

 

Geplaatst op: 14-06-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/handelaar-kan-niet-zelf-de-fiscale-waarde-vaststellen.html

Parkeerplaats bij het werk vaak onbelast


Het ter beschikking stellen van een parkeervoorziening bij het werk is vaak onbelast voor de loonheffing. Dit valt onder de zogenaamde nihilwaardering voor de werkplek. De nihilwaardering betekent dat het loon in natura nihil is.

Ook als de parkeerplaats of parkeergarage niet direct bij de werkplek is, maar in de omgeving daarvan, kan er sprake zijn van een onbelaste parkeervoorziening. Deze maakt namelijk ook deel uit van de werkplek als de werkgever verantwoordelijk is voor die parkeerplaats. Dat wil zeggen dat een werknemer de werkgever bijvoorbeeld met succes aansprakelijk moet kunnen stellen als door nalatigheid van de werkgever bijvoorbeeld zijn auto beschadigd raakt.

Gebruiken uw werknemers die met een eigen auto reizen andere parkeerplaatsen en garages, dan geldt de arboverantwoordelijkheid niet. Zo’n parkeergelegenheid is dan belast loon van de werknemer voor zover dit loon samen met een kilometervergoeding hoger is dan € 0,19 per kilometer. U mag dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon. Reizen uw werknemers met een auto van de zaak, dan zijn de door hen voorgeschoten parkeerkosten in principe zogenaamde ‘intermediaire kosten’. U kunt deze onbelast vergoeden.

Dat geldt echter niet voor een parkeervergunning of stalling bij de eigen woning die ook gebruikt kan worden voor andere vervoermiddelen. Maar een parkeervergunning op kenteken of een stalling die alleen bestemd is voor het vervoermiddel van de zaak, is wel onbelast voor de loonheffingen.

 

Geplaatst op: 09-06-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/parkeerplaats-bij-het-werk-vaak-onbelast.html

Tweede Kamer vraagt naar overgangsregeling bijtelling elektrische auto


Staatssecretaris Menno Snel van Financiën antwoordt de Tweede Kamer dat het verschil in bijtelling tussen nieuw en oudere elektrische auto’s inherent is aan de Wet Uitwerking Autobrief II.

Vanuit de Tweede Kamer kwam de vraag of het klopt dat voor oudere elektrische auto’s van de zaak een hogere bijtelling voor privégebruik geldt dan voor nieuwe en, zo ja, of een oplossing mogelijk is.

Menno Snel antwoordt dat vanaf 1 januari 2017 voor nieuwe auto’s een bijtellingpercentage geldt van 22% van de catalogusprijs van de auto terwijl voor auto’s met een datum van eerste toelating van vóór 1 januari 2017 een bijtellingpercentage geldt van 25%. Het klopt dus dat de bijtelling voor oudere auto’s van de zaak hoger kan zijn dan voor nieuwere. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een elektrische auto of om een benzine-, gas- of dieselauto.

Voor elektrische auto’s geldt vervolgens een korting op de bijtelling. Deze korting geldt in beginsel voor een periode van vijf jaar. Als na deze periode nog moet worden bijgeteld, wordt op basis van het dan geldende recht bepaald of nog een korting van toepassing is. In 2018 is de korting voor elektrische auto’s 18% van de catalogusprijs van de auto.
Diezelfde korting geldt zowel voor nieuwe elektrische auto’s als voor elektrische auto’s waarvoor al vijf jaar een korting is toegepast. Dit betekent dat een oudere (bijvoorbeeld een 6 jaar oude) elektrische auto in 2018 uitkomt op een bijtelling van 25% minus 18%, oftewel 7%. Een nieuwe elektrische auto komt uit op een bijtelling van 22% minus 18%, oftewel 4%.
Dat is inherent aan de in de Wet uitwerking Autobrief II neergelegde aanpassing van het algemene bijtellingpercentage van 25% naar 22% voor nieuwe auto’s vanaf 2017, aldus staatssecretaris Snel.

Een ander verschil in de bijtelling tussen oudere en nieuwere auto’s kan ontstaan doordat na de periode van vijf jaar waarin de initiële korting (uit het beginjaar) is toegepast, op basis van het dan geldende recht moet worden bepaald welke korting dan van toepassing is. Voor een nieuwe elektrische auto uit 2018 bestaat op grond van overgangsrecht in principe vijf jaar recht op een korting van 18% van de catalogusprijs, dus in ieder geval tot en met januari 2023. Bij een elektrische auto uit 2012 geldt in 2018 diezelfde korting en is die korting in 2019 en 2020 gemaximeerd op € 9.000, omdat de bijtellingskorting voor nieuwe situaties vanaf 2019 alleen over de eerste 50.000 euro catalogusprijs geldt.

Menno Snel voegt daaraan toe dat volgens de huidige wetgeving in 2021 elke korting op de bijtelling vervalt, voor zowel auto’s met een datum eerste toelating in 2021 als voor auto’s waarvoor het overgangsrecht na 60 maanden niet langer van toepassing is. AMD automotive fiscalisten merkt daarbij op dat de regels vanaf 2021 echter nog moeten worden vastgesteld op basis van Autobrief III. Stimulering van elektrisch rijden is daarbij zeker niet uitgesloten.

Daarnaast merkt Snel op dat hij op dit moment werkt aan de tussentijdse evaluatie van de Wet uitwerking Autobrief II. Deze evaluatie moet een eerste beeld geven voor het antwoord op de vraag of de maatregelen uit de Wet uitwerking Autobrief II voldoen aan de verwachtingen. Hij streeft ernaar om de resultaten van de evaluatie voor de zomer met de Tweede Kamer te delen. Daarbij zal hij dan ook ingaan op de eventuele noodzaak voor tussentijdse aanpassingen. Eind 2018 start hij met het vormen van een langetermijnvisie op het stelsel van autobelastingen. Wij houden u op de hoogte!

 

Geplaatst op: 29-05-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/tweede-kamer-vraagt-naar-overgangsregeling-bijtelling-elektrische-auto.html

Toch geen laag wegenbelastingtarief voor gemeente


Ondernemers kunnen voor hun zakelijk gebruikte bestelauto’s het verlaagde MRB-tarief toepassen. Voor gemeenten ligt dat een stuk moeilijker, zo blijkt uit een nieuwe uitspraak.

Voor het verlaagde MRB-tarief (en ook voor de BPM-vrijstelling) geldt dat de betreffende bestelauto “meer dan bijkomstig” (dat betekent: minimaal 10%) wordt gebruikt in het kader van de onderneming in de zin van de Wet op de omzetbelasting. Over de vraag hoe dit uitwerkt voor gemeentelijke overheden, heeft een gemeente een nieuwe procedure gestart. Inmiddels is daar in hoger beroep een uitspraak van.

De reden van de procedure zal zijn geweest dat het Europese Hof van Justitie in 2016 voor de btw een belangrijk arrest heeft gepubliceerd over het verschil tussen economische en niet- economische activiteiten.

De bestelauto’s van deze gemeente werden voor minder dan 10% gebruikt in het kader van ‘echte’ ondernemersactiviteiten in de zin van de omzetbelasting. De bestelauto’s werden namelijk vooral ingezet voor inzamelen van veegvuil, het legen van prullenbakken en het onderhoud van de gemeentelijke groenvoorziening. De gemeente stelde echter dat haar totale onderneming zowel haar economische als haar niet-economische activiteiten (inclusief de overheidstaken) betreft, en dat zij de auto’s daarom meer dan bijkomstig gebruikt in het kader van haar onderneming. Er bestaat dus volgens de gemeente recht op toepassing van het verlaagde MRB-tarief.

Het Gerechtshof Den Haag stelde de gemeente niet in het gelijk. Voor zover de gemeente optreedt als overheid doet zij dat niet als ondernemer, aldus het Hof. “Evenmin is zij als ondernemer aan te merken indien zij geen economische activiteiten verricht”. De gemeente kan daarom het verlaagde tarief niet toepassen.

Op dit moment is nog niet bekend of er beroep in cassatie zal worden ingesteld bij de Hoge Raad. Mocht zo’n cassatieberoep er komen, dan houden wij u daarover vanzelfsprekend op de hoogte.

 

Geplaatst op: 24-05-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/toch-geen-laag-wegenbelastingtarief-voor-gemeente.html

Vrijstelling bestelauto ook voor btw-vrijgestelde ondernemers


Ook btw-vrijgestelde ondernemers hebben recht op de bpm-vrijstelling en het lage mrb-tarief voor hun zakelijk gebruikte bestelauto.

In de praktijk levert dit nogal eens een misverstand op. Een te hoge kilometerkostprijs is het gevolg. Het misverstand doet zich vooral voor als de belastingdienst u als btw-vrijgestelde ondernemer heeft uitgeschreven voor de btw. Uw fiscale nummer is dan niet meer actief. U hoeft dan ook geen btw-aangiften meer te doen.

Op de achtergrond blijft het fiscale nummer echter wel bestaan. U blijft ook gewoon ondernemer in de zin van de btw-wetgeving. En dat laatste is belangrijk bij aanschaf of lease van een bestelauto. Voor de bpm-vrijstelling en het lage wegenbelastingtarief is namelijk vereist dat u btw-ondernemer bent en de bestelauto minimaal 10% zakelijk gebruikt. Niet vereist is dat u geen btw-vrijstelling toepast en periodiek btw afdraagt. Een btw-vrijstelling is dus geen verhindering voor deze ondernemersregelingen.

Als het fiscale nummer niet meer actief is, en daardoor de kentekenregistratie van uw bestelauto niet automatisch door de belastingdienst herkend wordt als een situatie waarop de ondernemersregelingen toegepast kunnen worden, kunt u zelf alsnog schriftelijk bij de belastingdienst verzoeken de regelingen tóch toe te passen.

 

Geplaatst op: 17-05-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/vrijstelling-bestelauto-ook-voor-btw-vrijgestelde-ondernemers.html

Staatssecretaris ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door WLTP


Staatssecretaris Menno Snel van Financiën ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door de nieuwe WLTP-testmethode voor de vaststelling van de CO2-uitstoot.

Dat schrijft hij begin mei 2018 in zijn beantwoording van Kamervragen over de Fiscale Beleidsagenda. Gevraagd wordt hoe de verwachting van autoimporteurs dat de BPM de komende jaren stijgt, te rijmen is met een budgetneutrale omzetting.

Snel antwoordt dat de BPM-opbrengst over 2017 is gestegen ten opzichte van de opbrengst over 2016. Dat de BPM ook de komende jaren zal stijgen, acht hij - ondanks de verlaging van de BPM-tarieven met 14,7% over de periode 2017 - 2020 - gezien de marktomstandigheden niet ondenkbaar. De macro-economische inschattingen van het CPB voor de komende jaren zijn immers positief. Bij een hogere economische groei kopen consumenten meer en grotere auto’s. Een grotere auto heeft over het algemeen een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Op dit moment ziet de staatssecretaris geen verandering in de BPM-inkomsten als gevolg van de WLTP. In de toekomst is het – naast fluctuerende BPM-inkomsten als gevolg van economische ontwikkelingen of veranderende consumentenvoorkeuren - mogelijk dat de WLTP leidt tot verschuivingen in de CO2-uitstoot tussen de verschillende autosegmenten. Snel streeft ernaar de totale BPM-opbrengst niet te laten stijgen enkel als gevolg van de WLTP. 

Om inzicht te krijgen in de CO2-uitstoot van met de nieuwe WLTP-testmethode geteste auto’s, werkt de staatssecretaris samen met het ministerie van I&W, de RDW, TNO en marktpartijen aan een onderzoek. Op basis van de resultaten van dat onderzoek kan hij dan meer duidelijkheid geven over het proces van de omzetting van de BPM naar op WLTP-gebaseerde tarieven. De ingangsdatum van die nieuwe BPM-tarieven is op dit moment nog niet bekend.

 

Geplaatst op: 11-05-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/staatssecretaris-ziet-nog-geen-hogere-bpm-opbrengst-door-wltp.html

Tegenbewijs bijtelling is vormvrij


Als een werknemer of een ondernemer een auto van de zaak ter beschikking heeft, geldt als uitgangspunt een bijtelling voor privégebruik. Met de tegenbewijsregeling kun je die bijtelling voorkomen. Het tegenbewijs is vormvrij. In de praktijk zal een sluitende rittenregistratie meestal het beste tegenbewijs opleveren. Je moet namelijk kunnen bewijzen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden.

De rechtspraak liet deze week een interessant voorbeeld zien van hoe tegenbewijs er ook uit kan zien.
Het ging om een VOF van twee markthandelaren. Moeder en dochter verkochten kledingfournituren en naaigerei op diverse markten in Nederland. Feitelijk oefende moeder de onderneming uit en dochter ondersteunde haar, zo kunnen we uit de uitspraak opmaken. In de VOF werd ook een auto gebruikt. De discussie ging over de vraag of de inspecteur de winst van de dochter terecht had verhoogd met een bijtelling voor privégebruik.

De dochter voerde diverse argumenten aan waarom de bijtelling niet terecht was. Zo had zij überhaupt geen rijbewijs (wat op zich nog geen argument is om dan ook geen bijtelling te krijgen), maar de auto stond ook altijd bij het huis van haar moeder en haar moeder had de sleutel. Bovendien was ‘streng op het zakelijke gebruik’. Moeder gebruikte de auto ook alleen voor zakelijke ritten. Als ze naar de markt gingen, haalde moeder haar dochter thuis op en zette haar op de terugweg af. Voor privévervoer gebruikte dochter haar fiets of een OV-kaart.
De inspecteur bracht hier tegenin dat de auto niet op een afgesloten terrein gestald stond en dat een verbod op privégebruik niet schriftelijk was vastgelegd.

De rechtbank verwees echter naar een arrest van de Hoge Raad uit 2015 waaruit voor werknemers blijkt dat van het ter beschikking stellen van een auto geen sprake is als werknemers die auto slechts besturen voor de uitvoering van bepaalde opdrachten van de werkgever om in diens belang personen of goederen te vervoeren. Bij de gang van zaken bij deze VOF bleef volgens de rechtbank de beschikkingsmacht over de auto altijd bij moeder. Dochter had volgens de rechtbank voldoende tegenbewijs tegen de bijtelling geleverd.

Op dit moment is nog niet bekend of er een hoger beroep volgt. De zaak is een mooie illustratie van het vormvrije karakter van het tegenbewijs. Een sluitende rittenregistratie kan dit soort discussies echter voorkomen en blijft daarom aan te raden als je de bijtelling wilt voorkomen!

 

Geplaatst op: 04-05-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/tegenbewijs-bijtelling-is-vormvrij.html

RAI Vereniging pleit voor afbouw BPM


De almaar groeiende import van gebruikte auto’s bedreigt de klimaatambities van het Kabinet. Dat stelt de RAI Vereniging. Zij pleit daarom voor afbouw van de BPM.

Een jonggebruikte importauto stoot gemiddeld zo’n 12 procent meer CO2 uit dan een nieuwe auto. Dat blijkt uit cijfers van RAI Vereniging. Zij verwacht dat de groei van import van gebruikte auto’s ook in 2018 blijft doorzetten. Voorzitter Steven van Eijck hierover: “De politiek is nu aan zet. Beperk de import door de binnenlandse verkoop van nieuwe schone, zuinige auto’s te stimuleren via afschaffing van de aanschafbelasting BPM”.

In de eerste drie maanden van 2018 is de import van (jong)gebruikte auto’s uit het buitenland ten opzichte van dezelfde periode in 2017 met 8,5 procent gestegen naar 56.238 auto’s.

Binnenkort start het Kabinet met gesprekken over de invulling van een Klimaatakkoord. De mobiliteitssector moet daaraan ook een belangrijke bijdrage leveren. Van Eijck hierover: “We moeten voorkomen dat we straks in Nederland allerlei reductiemaatregelen bedenken waarvan het effect teniet wordt gedaan doordat een gebruikte auto uit het buitenland aantrekkelijker is.”

Vergeleken met landen om ons heen zoals Duitsland en België, hebben nieuwe auto’s in Nederland te maken met een relatief hoge aanschafbelasting. Het vorige kabinet had als doel de BPM af te bouwen en op termijn af te schaffen. In de praktijk blijkt door allerlei factoren de BPM-opbrengst echter gestegen te zijn. Volledige afbouw van de BPM is de enige manier om import terug te dringen, nieuwverkoop te stimuleren en effectief invulling te geven aan het komende Klimaatakkoord, aldus de RAI Vereniging.

 

Geplaatst op: 26-04-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/rai-vereniging-pleit-voor-afbouw-bpm.html

Belastingdienst wil ANPR-controles weer invoeren


De belastingdienst wil voor de controle van rittenregistraties van de tegenbewijsregeling van de bijtelling opnieuw de camera’s met nummerplaatherkenning inzetten.

Dat blijkt uit de halfjaarsrapportage van de belastingdienst. Begin 2017 werd gebruik van beelden van camera’s met Automatic Number Plate Recognition (ANPR) nog door de Hoge Raad onloetbaar geacht.

De belastingdienst heeft daarna het gebruik van deze camerabeelden stopgezet voor de controle op de bijtelling, de MRB en het eurovignet. Oude bestanden met camerabeelden zijn vernietigd, en voor zover het decentraal bewaarde bestanden betreft is het gebruik ervan geblokkeerd.

Uit de halfjaarsrapportage blijkt dat het weer in gebruik nemen van de ANPR-camerabeelden en van gegevens die ontleend zijn aan deze camerabeelden in voorbereiding is. De bedoeling is om via het Belastingplan 2019 te regelen dat de gegevens weer gebruikt kunnen worden voor controle van de wegenbelasting (MRB).  
Voor de bijtelling ligt invoering ingewikkelder. Ook dat punt is echter in onderzoek. Gekeken wordt hoe dit gebruik past in het kader van de privacywetgeving en hoe de wettelijke grondslag het beste vorm kan krijgen. De belastingdienst wil dit laten meelopen in een nieuw wetsvoorstel over gegevensverwerking.

Geplaatst op: 19-04-2018
Bron: http://www.autoenfiscus.nl/belastingdienst-wil-anpr-controles-weer-invoeren.html

Bijtelling 2017-2020

Hoe zit het nou precies? Bijtelling 2017-2020
De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van bijtelling. Vooral de bijtelling in relatie tot de CO2-uitstoot van het voertuig heeft nogal wat veranderingen ondergaan. Zuinige auto’s zijn flink bevoordeeld met lage bijtellingscategorieën en een lage motorrijtuigenbelasting. In 2015 en 2016 werden de normen al flink aangescherpt en zijn ook de allerzuinigste auto’s belast met bijtelling. De vele veranderingen duiden op een achterhaald systeem. In 2017 is het systeem voor bijtelling volledig herzien. Lees verder >

Denk aan driemaandstermijn voor MIA-aanvraag op elektrische auto


De populariteit van volledig elektrische auto’s neemt toe, niet in de laatste plaats door de lage bijtelling van slechts 4% van de catalogusprijs. Op deze auto’s geldt bovendien milieu-investeringsaftrek (MIA). Deze MIA houdt in dat ondernemers tot een investering van € 50.000 een extra fiscale aftrekpost mogen aftrekken ter grootte van 36% van de investering. […] Lees verder >

De bijtelling gaat omhoog, en nu?

Maxima Lease bijtellingsregels
Op 1 januari gaan we van vijf naar vier bijtellingscategorieën, dat betekent in veel gevallen dat de bijtelling stijgt. Betaal je nu 7% dan betaal je volgend jaar 15%, zit je nu in de 14%-zone, volgend jaar wordt dit 21%. Alleen de auto’s met 0% uitstoot blijven hetzelfde percentage betalen, namelijk 4%. Lees verder >






100% tevreden klanten. Daar worden we bij Maxima Lease gelukkig van. Geen verzoek is ons te gek.

Maxima Lease. Heel veel opties.